What happens in Likoni doesn't stay in Likoni

Hedwig van Rossum, bestuurslid Stichting Likoni Onderneemt bezocht in mei voor het eerst Likoni: “Een onvergetelijke ervaring".

Hedwig in de klas in Likoni
08/28/2017

Hedwig van Rossum, bestuurslid Stichting Likoni Onderneemt bezocht in mei 2017 de school in Likoni. Een indrukwekkend bezoek dat haar aan het denken heeft gezet. Lees hier haar verhaal.

Geraakt door de blijdschap
In de 26 jaar waarin ik me als leerling, student en docent begaf in het onderwijs, heb ik nooit leerlingen of studenten met zoveel motivatie, hoop en overtuiging naar school zien gaan als de kinderen in Likoni. De kinderen en de docenten van de Destiny Visionary School zijn zich tot op het bot bewust van het voorrecht dat het is om naar school te gaan en dat merk je. De kinderen zijn beleefd, werken hard en zijn het liefste ook in het weekend op school. De leraren geven -ondanks voor Nederlandse begrippen karige onderwijsmaterialen- goed en voorbereid les en zien hun leerlingen echt. In Nederland is het voor een kind niet meer dan normaal om naar de basisschool te gaan en daarna door te leren op de middelbare school en in het hoger onderwijs. In Kenia is dat zeker niet het geval. De blijdschap van de kinderen die de kans krijgen om naar de Destiny Visionary School te gaan, in plaats van een leven op straat of een leven waarin ze direct moeten gaan werken, raakte mij diep.

Nieuwe inzichten
Omdat ik mij het liefste niet waag aan onbekende risico’s, had ik nooit gedacht dat ik zelf poolshoogte zou nemen in Kenia, maar dit bezoek aan Likoni heeft me veel nieuwe inzichten gegeven en -eerlijk is eerlijk- ook nieuwe vragen opgeroepen. Hier dus enkele van mijn inzichten! Zo risicoloos als mogelijk ging ik op reis: alle mogelijke inentingen gehaald bij de GGD,  malariatabletten in mijn handbagage en antimug-, reis-, imodium-, aspirinetabletten en noem het maar op in de backpack met KLM op weg naar Mombasa, Kenia. Terwijl de mensen daar het natuurlijk vaak zonder al die geneesmiddelen moeten doen. Maar daar lijken de mensen in Likoni zich in het dagelijks leven niet primair druk om te maken: zij willen vooral een baan om ervoor te zorgen dat zij kunnen eten en een dak boven het hoofd hebben. En geloof me: dat laatste is nodig, want hoewel het weer het mogelijk maakt om veel op straat te zijn (het is er in het koude seizoen nog steeds boven de twintig graden Celsius), regent het echt pijpenstelen in het regenseizoen en in de zomer is beschutting en schaduw uiteraard noodzakelijk. Bovendien is 20 graden voor Kenianen koud: ze lopen dan gerust met mutsen op en truien aan. Likoni is een zeer drukke wijk, waar de mensen boven op elkaar leven en er hangen ook veel kinderen op straat rond. De mensen die hier wonen hoopten aan de rand van de grote stad Mombasa hun droom van een beter bestaan te kunnen verwezenlijken door werk te vinden en een huis voor hun gezin te huren. Door de populariteit van de wijk zijn de huurprijzen echter enorm gestegen, terwijl de meeste bewoners geen vaste baan hebben die voldoende betaald. In de eerste levensbehoeften kunnen voorzien is dus voor veel mensen al lastig, laat staan dat zij zich kunnen laten leiden door hun idealen, een langetermijnplanning kunnen maken of de ruimte hebben om te reflecteren op hoe zij hun leven inrichten. Het is dan ook al heel wat dat de ouders die ik sprak er zo van overtuigd waren dat school voor hun kinderen van groot belang is en dat zij zelf ook daadwerkelijk een financiële bijdrage leveren aan het schoolgeld van hun kinderen.

Bijzondere verschillen
Ook op de school zijn de culturele en welvaartsverschillen tussen Kenia en Nederland goed te zien: de school wordt zeer netjes gehouden voor Keniaanse begrippen, maar dat is voor mijn Nederlandse definitie van onderhoud en hygiëne soms moeilijk te begrijpen. De Nederlandse standaarden zijn simpelweg niet te evenaren in een omgeving met weinig verharde wegen, beschikbare bouwmaterialen die kwalitatief minder zijn dan in Nederland en niet te vergeten medewerkers en leerlingen die in hun eigen huis geen luxe zoals een toilet of tegelvloer gewend zijn. Mijn persoonlijke culturele leermomentje vond plaats in het nieuwe toiletgebouw, dat er overigens helemaal spic en span uitziet (de leerlingen van de hogere klassen houden ze netjes). Kenianen blijken namelijk geen toiletpapier, maar hun handen te gebruiken op het toilet, die ze daarna wassen met het kraantje dat direct naast het toilet geïnstalleerd is. Dat schijnt super hygiënisch te zijn (en laten we wel wezen: het levert minder papierafval op), maar ik heb de fout om mijn eigen toiletpapier niet mee te nemen toch maar niet herhaald.  Ook de hiërarchische verhouding in de organisatie van de school is een cultureel verschil met Nederland. Er is veel respect voor headmaster Patrick en de leden van het bestuur van de school (zoals Mama Ken en Kenneth) en ik kon me niet voorstellen dat een vergadering met mijn collega’s zo bijna timide (en ordelijk) zou verlopen als de door mij bijgewoonde docentenvergadering aan de Destiny Visionary School.  De docenten zijn overigens stuk voor stuk leuke, enthousiaste en vaak ook best jonge mensen met een passie voor kinderen en onderwijs. De standaarden en materialen voor de lessen zijn landelijk opgelegd en de docenten geven verrassend goed les, terwijl ze zo veel minder materialen tot hun beschikking hebben dan docenten in Nederland.

Samenwerken
Er zijn dus veel verschillen en schijnbaar weinig overeenkomsten tussen Kenia en Nederland: niet alleen qua welvaart en cultuur, maar natuurlijk ook fysiek: sommige kinderen moesten even voelen aan mijn haar (‘wat een gekke kleur en structuur!’) en een kleintje dat op mijn schoot zat, wreef met haar wijsvinger over mijn arm om te checken of er onder dat witte laagje nog een donkere huid zat.

Al die verschillen in leven, levensovertuiging en levensstandaarden maken het moeilijk om op gelijke voet samen te werken, maar dat is wel wat wij samen met het bestuur van de Destiny Visionary School willen. De enige manier om duurzaam samen te werken is door stap voor stap vooruitgang te boeken in het tempo dat werkbaar is voor de betrokken mensen op de school. Want uiteindelijk willen we hetzelfde: kinderen een veilige plek bieden om naar school te gaan en een toekomst op te bouwen voor zichzelf en voor Kenia. Zij zijn de toekomst, zij kunnen verandering bewerkstelligen en wij kunnen daar de start van zijn.

Niet losgelaten

Meer dan 300 kinderen gaan elke dag blij en gelukkig naar school, wetend dat er mensen zijn aan de andere kant van de wereld die zich, ondanks alle verschillen, om hen bekommeren. Mijn mooiste herinnering is het meisje dat me aan het einde van de week bij het eindconcert een knuffel gaf alsof ze me nooit meer los zou laten. In mijn hoofd heeft ze me nog steeds niet losgelaten.