Het verhaal van Sara

Sara spreekt in goed Engels over allerlei dingen. Later wil ze lerares Engels worden.

Sara is een lang dun meisje. Ze valt niet op. Ze lacht niet zo vaak. Er valt ook niet zoveel te lachen voor Sara. Ze is elf jaar en zit in klas vijf. Sinds een jaar zit ze bij ons op het project. Sara is wees. Geen vader, geen moeder. Ooit zat Sara op de beste school van Likoni. Haar vader was taxichauffeur. Toen ze acht was stierf haar moeder. Een jaar later kwam haar vader om bij een verkeersongeluk. Ze kreeg met haar drie zussen en broer onderdak bij haar oom. Ze kon niet meer naar school.

Nu zit ze bij ons. Ze is verlegen maar erg slim. Ze werkt heel hard. Elke dag loopt ze van haar huis naar het project. Een half uur lopen. Ik loop met haar mee. Steegje in, steegje uit. Sara spreekt in goed Engels over allerlei dingen. Haar lievelingseten is chapatti. Later wil ze lerares Engels worden. Na ontelbaar veel steegjes en weggetjes is ze dan thuis. In een klein donkersteegje gaat ze haar huis in. Eén kamer. Ze vind het niet erg leuk om thuis te zijn. Daar moet ze voor haar oom wassen en koken. Ze blijft het liefst zo lang mogelijk op het project. Ze hoopt dat haar zussen dan het meeste werk in huis al gedaan hebben.

Haar zussen gaan niet meer naar school. Die gaan elke dag op zoek naar werk. In dat opzicht heeft Sara geluk. Ze mag nog naar school. ’s Avonds maakt ze huiswerk. Op straat. In het licht dat uit de ramen van andere huizen komt kan ze lezen en schijven. Als ze klaar is schuift Sara de stoelen in huis aan de kant. Ze legt een oud versleten matras neer. Hier moet ze op slapen. Het past allemaal net. Haar twee zussen slapen op hetzelfde matras.