Het verhaal van Abdul

Abdul praat niet graag over het verleden. Daar kan hij niets meer aan veranderen.

Abdul lacht. Hij lacht vaak en veel. Hij is een geweldig kereltje. Hij is altijd vrolijk en erg behulpzaam. Hij is elf en zit pas in klas twee. Op z’n negende ging hij voor het eerst naar school. Toen hij klein was verloor hij zijn ouders aan de ziekte waar liever niet over gesproken wordt.  

Abdul woont samen met zijn zus. Zij is twintig jaar en heeft geen vaste baan. Ze heeft de zorg voor haar broertje op zich genomen. Ze vindt het zwaar. Toch is Abdul haar trots. Ze weet niet zo goed hoe ze moet rondkomen. Ze heeft geen inkomen. Ze hebben ook niet veel spullen. Maar Abdul heeft een bal. Hij is er trots op. Gemaakt van oude plasticzakken en touw. Hij voetbalt graag. Buiten speelt hij met de kinderen in de buurt. Hij droomt over Drogba. Ooit wordt hij de beste Afrikaanse voetballer. Dat weet hij zeker.  

Abdul praat niet graag over het verleden. Daar kan hij niets meer aan veranderen. De toekomst kun je maken en het verleden niet. Hij hoopt dat zijn zus zal trouwen. Hij wil graag een vader. Daar gaat hij dan elke dag mee voetballen.
Bij ons op het project krijgt hij onderwijs en voeding. Geen vader. Toch vindt hij het geweldig. Elke pauze voetbalt hij tegen de jongens uit klas vier. Hij wint vaak. Ook z’n zus komt regelmatig langs. Met de hoofdmeester of Mama Can bespreekt ze haar moeilijkheden. Waar kan wordt ze geholpen. Dit is helaas niet vaak.